Een hogere programmeertaal, die aanvankelijk vooral werd gebruikt voor het programmeren van systeemprogramma's. Deze taal is ontworpen in samenhang met Unix.
Cache geheugen, soms ook cache RAM genoemd, is een deel van het geheugen datuit zeer snelle statische RAM's (SRAM) bestaat in plaats van de tragere en goedkopere dynamische RAM's (DRAM). Omdat de meeste programma's herhaaldelijk dezelfde gegevens (data) of instructies aanroept, is het gebruik van cache geheugen daarom hier uiterst efficiënt. Dus hoe meer informatie in de SRAM kan, hoe minder de computer de tragere DRAM moet aanspreken.
Indien het cache geheugen ingebouwd is in de behuizing van de processor spreekt men van interne cache of ook wel van Level 1 (L1) cache. Deze cache wordt dan ook enkel en alleen door de processor gebruikt. Zo kan een processor bijv 256K interne cache bezitten.
De meeste computers zijn echter ook voorzien van cache geheugen die aanwezig is op het moederbord. In dit geval spreekt men van externe cache of ook Level 2 (L2) cache en dit wordt voornamelijk voor de programma's gebruikt.
Caching is een speciale methode om data of instructies aan een zeer hoge snelheid aan te roepen. Tegenwoordig worden er twee types van caching gebruikt nl. memory caching en disk caching.
CAD (Computer Aided Design) is het ontwerpen met behulp van een computer. Een CAD applicatie is een programma dat het ontwerpen met behulp van de computer mogelijk maakt. Vaak is de CAD applicatie een zeer geavanceerd tekenprogramma, waarmee bouwtekeningen voor een product (hetzij een huis, een machine, een auto, etc.) worden gemaakt.
Voorbeelden van CAD applicaties zijn AutoCAD, Robocad en Microstation.
(of Computer Access Method). Een in 1988 opgerichte commissie die bestaat uit leveranciers van computerapparatuur. CAM is opgericht met als doel standaarden te ontwikkelen voor interfaces tussen SCSI-host-adapters en SCSI-apparaten. CAM heeft ook de ATA-standaard voor IDE-schijven ontwikkeld.
1) Is een term die aangeeft dat u op Enter moet drukken.
2) zie CR.
Een continu signaal dat wordt toegepast om door middel van modulatie of een andere techniek gegevens te versturen. De carrier is het referentiesignaal dat gebruikt wordt bij het versturen of het ontvangen van gegevens. Bij computers worden carriers gebruikt bij communicatie via telefoonlijnen met behulp van modems. De carrier is het signaal dat de informatie draagt.
Een signaal van de modeminterface dat aan een met de modem verbonden DTE doorgeeft dat een andere modem een signaal verstuurt. Het carrier-detect-signaal is gedefinieerd in de RS-232-specificatie.
Bij het intypen van tekst wordt onderscheid gemaakt tussen hoofdletter en kleine letters.
Bij http is het mogelijk gebruik te maken van server-side uitbreidingen volgens de CGI (Common Gateway Interface) standaard. CGI programma's staan meestal in speciaal daarvoor bedoelde mappen, meestal /cgi-bin. Het zijn in feite programma's die informatie genereren voor web-browsers. Hierbij kunnen vanuit de web-browser parameters worden doorgegeven aan het CGI programma zodat dynamisch web-content gegenereerd kan worden.
Ontmoetingsplaats voor mensen die met behulp van elektronische middelen met elkaar communiceren. Ook wel babbelbox genoemd.
CISC (Complex Instruction Set Computing) is de architectuur voor computer-processoren met een uitgebreide instructieset voor complexe operaties.
CLI (Command-Line Interface) is een systeem waarbij je de juiste commando's in moet tikken om de computer aan het werk te zetten. Zoals bijvoorbeeld bij DOS of een Unix-shell.
Elektronisch prikbord op een PC, waarnaar tijdelijk tekst of een grafische afbeelding wordt weggeschreven. Dit kan men voor knippen en plakken gebruiken.
Een cluster is de kleinste data-eenheid waarmee het bestandssysteem werkt. De grootte hiervan is een vast aantal sectoren (2-64), dat dat door het besturingssysteem wordt bepaald.
Een groot nadeel bij het gebruik van clusters is de grote hoeveelheid verloren diskruimte.
Aangezien een cluster de kleinste hoeveelheid is waarmee het bestandssysteem kan werken, neemt een bestand altijd minstens 1 clustergrootte in beslag. Heb je dus een tekst met 1 letter in, dan zou dat in principe dus slechts 1 byte in beslag mogen nemen, maar hoewel het OS ook daadwerkelijk 1 byte zal weergeven als bestandsgrootte, zal er toch een volledige cluster voor worden genomen.
CMYK (Cyaan Magenta Yellow blacK) zijn de vier in drukwerk gebruikte basiskleuren waarbij de gewenste kleur wordt verkregen door subtractieve kleurmenging.
COBOL (COmmon Business Oriented Language) was in het verleden een enorm veel gebruikte hogere programmeertaal voor het programmeren van administratieve toepassingen.
Een compiler is een programma dat een in een hogere programmeertaal geschreven programma vertaalt naar machinecode voor een bepaalde computer. Een compiler is programmeertaal afhankelijk. Nadat een programma is gecompileerd kan deze worden uitgevoerd.
Een component is een element van een groter systeem.
Een hardware component kan een onderdeel zijn zo klein als een transistor, maar het kan ook een complete harddisk zijn, zolang het maar onderdeel is van een groter systeem.
Software componenten zijn routines of modules in een groter systeem.
Compressie is een techniek om een hoeveelheid gegevens in zo weinig mogelijk bytes op te slaan. Door datacompressie kan de benodigde geheugen of schijfruimte gereduceerd worden. Ook bij de overdracht van gegevens (het versturen via bijvoorbeeld een modem) kan hierdoor worden bespaard.
Een console is een terminal (beeldscherm en toetsenbord) die direct verbonden is aan een computersysteem en toegang geeft tot een centrale computer. De console wordt vaak gebruikt voor systeembeheer.
Cookies zijn bestanden welke op uw harde schijf terecht komen tijdens het surfen. Je bekijkt bijvoorbeeld een bepaalde site, deze stuurt - meestal voor het verzamelen van statistische data of voor inlogsystemen - een cookie naar je pc. De volgende keer als je dezelfde site bezoekt, haalt de server het cookie weer op. Als je dit wilt voorkomen, kun je de browser zo instellen dat je computer geen cookies accepteert.
CR (carriage return) is een mnemonic voor ASCII-karakter 013 of 0Dhex. Een CR zorgt ervoor dat de cursor of printerkop zich naar het begin van de lijn begeeft met behoud van de rijpositie. Een CR-code wordt veel in combinatie gebruikt met een LF-code om de cursor of printerkop naar het begin van de volgende lijn te brengen.
De electromagnetische combinatie van een on-line-signaal met een andere signaalleiding. Crosstalk wordt veroorzaakt door electromagnetische inductie: een stroom die door een leiding stroomt, creëert een electromagnetisch veld dat een stroom induceert in een nabijgelegen leiding.
Een cursor is meestal een knipperende indicator op het beeldscherm dat de plaats aangeeft waar een karakter kan worden geplaatst, veranderd of verwijderd. Bij het gebruik van een muis, is er een pijl die beweegt met de bewegingen van de muis. Cursors zijn er in alle vormen en maten.
Cyberspace is een uitdrukking die wordt gebruikt om de virtuele wereld van computernetwerken aan te duiden. Cyberspace is dus een aanduiding vor de interactieve wereld die ontstaat door computers uit de hele wereld met elkaar te verbinden.
De term werd geïntroduceerd door William Gibson, de auteur van de science fiction roman Neuromancer (New York: City Lights Books, 1984).
Als men elke xde-track neemt van iedere aanwezige schijf (platter), dan staan die telkens even ver van de as van de schijven, en indien men deze op een of andere manier met elkaar verbindt, dan bekomt men een cylinder. Via het cylindernummer weet de harde schijf dan onder welke hoek de arm met de koppen moet staan.
Op die manier kunnen er maximaal (2 x aantal schijven) tracks zijn per cylinder.
