Woordenboek: L

L

Symbool voor inductantie. Met dit symbool worden in elektronische schema's spoelen aangeduid.

L1-cache

zie cache geheugen.

L2-cache

zie cache geheugen.

LAN

Een LAN (Local Area Network) is een netwerk van computers/werkstations op een relatief klein oppervlak. Deze werkstations staan in verbinding met de Server. De gebuikers hebben toegang tot zowel de software en hardware van hun eigen computer alsmede de applicaties, data en hardware welke in verbinding staan met de server. Het voordeel van een LAN is dat meerdere gebruikers bepaalde informatie en apparatuur kunnen delen. Door middel van e-mail kunnen de gebruikers op snelle en doeltreffende wijze met elkaar communiceren.

LF

LF (line feed) is een mnemonic voor ASCII-karakter 010 of 0Ahex. Een LF zorgt ervoor dat de cursor of printerkop zich naar de volgende lijn begeeft met behoud van de kolompositie. Een LF-code wordt veel in combinatie gebruikt met een CR-code om de cursor of printerkop naar het begin van de lijn te brengen.

LIFO

LIFO (Last In, First Out) is een soort schuifregister, waarbij de gegevens die het laatst worden ingelezen het eerst worden uitgelezen.

Een andere toepassing van het LIFO-principe is de stack van een computergeheugen. In deze stack worden bijvoorbeeld de terugkeer-adressen van subroutine-call's opgeslagen. Het adres van de subroutine die het laatst werd aangeroepen (Last In) moet weer het eerst uit de stack worden uitgelezen (First Out).

Line feed

zie LF.

logbestand

Een logbestand is een bestand waarin meldingen over het gebruik van computers en diensten worden bewaard. Middels een logfile op een webserver kan bijvoorbeeld worden uitgerekend hoe vaak een pagina is geraadpleegd.

Login

Login is het aanmelden bij een computersysteem dor middel van gebruikersnaam en wachtwoord.

Login script

Login script is de geautomatiseerde procedure om verbinding te maken met internet of een ander computernetwerk en in te loggen met gebruikersnaam en wachtwoord.

Logout

Logout is het afmelden van een computer waarna de verbinding wordt verbroken

LPT

Benaming voor de vier toegestane parallelle interfaces of poorten in een PC: LPT1, LPT2, LPT3 en LPT4. De LPT-poorten worden voornamelijk gebruikt voor het aansturen van een printer. De moderne bi-directionele LPT-poorten kunnen bovendien ook gebruikt worden voor het aansturen van een scanner, een tape-drive, een ZIP-drive, een externe CD-ROM drive en zelfs harde schijven.

Contact · Disclaimer